Bananenschillen die naar de voetballers worden gegooid. Apengeluiden die supporters op de tribune maken omdat je een andere afkomst hebt. Het blijft gebeuren in de voetbalwereld. Maar wordt er wel genoeg aan gedaan door de KNVB en hoe reageren spelers hierop? Niet alleen bij profvoetbal is er sprake van discriminatie maar ook bij amateurvoetbal komt het nog vaak voor.

Discriminatie door afkomst
Bryan Rietman speelt al sinds hij zeven jaar is bij Fc Eibergen. Op dit moment speelt hij in de A1 (senioren). Hij heeft een Dominicaanse moeder en een Nederlandse vader. Je kunt aan zijn uiterlijk zien dat hij half Dominicaans is. Dit is voor hem nog altijd lastig.

Hij heeft vaker discriminatie op het veld meegemaakt. Niet alleen bij hem zelf, maar ook zijn teamgenoten met een andere afkomst worden wel eens uitgescholden. Als Bryan een actie maakt tijdens een wedstrijd en de tegenstander kan hier niet tegen, wordt hij uitgescholden voor Kut Turk of kut buitenlander. Bryan zegt dat hij er altijd tegen in gaat als er zulke opmerkingen worden gemaakt. Vaak moet de scheidsrechter er dan bij komen om het uit te praten. Trainers zeiden dan tegen Bryan dat hij deze nare reacties moest negeren. Bryan vindt het erg dat de jongens die discriminerende opmerkingen maken niet aangesproken worden op hun gedrag en het veld niet uit moeten. ‘Als de scheidsrechter steeds wordt uitgescholden moet je ook het veld uit en mag je niet meer mee voetballen. Maar als de tegenstander een opmerking maakt met ‘jij moet bij die zwarte staan’ dan wordt er niks aan gedaan’ zegt Bryan. Bryan zegt dat hij nu minder last van discriminatie heeft dan vroeger. Dit komt omdat hij nu een buitenlandse trainer heeft die wel maatregelen neemt en de tegenstander erop aanspreekt. Deze trainer weet uit eigen ervaring hoe het is om gediscrimineerd te worden. Een oud teamgenoot van Bryan had deze trainer ooit uitgescholden en gezegd: ‘Ga terug naar je eigen land’. Hij was boos omdat hij te vaak wissel werd gezet. Dit pikte de trainer niet en hij heeft de jongen uit het team gezet. Volgens Bryan was dit de eerste keer dat de club handelde als het gaat om discriminatie. Bryan zegt dat als het gaat om discriminatie bij spelers er niet gehandeld wordt. In zijn huidige team zitten op dit moment meerdere buitenlandse jongens. ‘Dit is wel fijn’ zegt hij. ‘Want tijdens de training heb ik daardoor niet veel last van discriminatie. Als Bryan mee moet doen met een hoger voetbalteam is hij de enige jongen met een andere afkomst. Dan heeft hij vaker last van rot opmerkingen, bijvoorbeeld als hij niet zo goed voetbalt.
Discriminatie omdat je transgender bent
Mika ten Nijhuis is vorig jaar september begonnen met zijn transitieproces. Hij merkte dat hij liever door het leven wilde gaan als jongen. Mika was ondertussen bezig met het slikken van hormonen en kreeg al een lagere stem en baardgroei en had kort haar. Ondertussen keepte hij nog wel bij een vrouwenelftal van Fc Eibergen.

Mika vertelt dat hij tijdens zijn transitieproces vaker gediscrimineerd werd door de tegenstander. “Ooit vlak voor de wedstrijd riep de trainer van het andere team over het veld: ‘Er staat een jongen in het veld, de wedstrijd moet stoppen!’ Ik voelde me van alle kanten aangekeken en vond het erg gênant” zegt hij. “Uiteindelijk kon ik het wel loslaten, maar toch vond ik het apart dat het dus niet is toegestaan dat een jongen mee doet bij een damesteam”. Mika vertelt dat zijn trainer op dat moment wel naar de tegenstander is gegaan en gezegd heeft wat er aan de hand is en dat hij dus in een transitieproces zit. Hij mocht vervolgens wel gewoon verder keepen en er werd niet moeilijk gedaan. Toch vindt Mika het raar dat je je moet verantwoorden voor het feit dat er geen jongen in het veld mag staan. De club is bij het proces van Mika zelf niet echt betrokken. Mika vindt het niet heel erg want hij vindt het niet fijn om daar over te praten. Op dit moment speelt Mika nog steeds in Dames 2 en zijn, zijn teamgenoten ontzettend aardig voor hem en hebben ze allemaal begrip voor het proces waar hij zich nu in bevindt.


Toen Mika speelde in het meiden B elftal kreeg hij vaker nare reacties over zijn uiterlijk. ‘Dit is altijd hetzelfde ’zegt Mika: ‘Oh er staat een jongen in het veld’, of ‘waarom doet er een jongen mee met een meidenteam, dit is oneerlijk’. Nu Mika in dames 2 zit en met volwassen vrouwen voetbalt, merkt hij dat er nooit meer opmerkingen worden gemaakt door de tegenstander. Volgens Mika komt dit door het feit dat de vrouwen tegen wie ze op dit moment moet voetballen ouder zijn en vaker dit soort dingen hebben meegemaakt of iemand kennen die ook in zo’n proces zit. De club zorgt verder wel dat Mika in een aparte kleedkamer kan douchen. Toch hoopt hij dat de club er ooit voor gaat zorgen dat er gender neutrale wc’s komen. ‘Niet alleen voor mij’ zegt Mika maar ook voor transgenders van andere clubs die langs komen. De grootse wens van Mika is dat er in de toekomst gemengde teams komen en dat er niet meer gezegd kan worden dat een man niet met een vrouw mag voetballen.
Discriminatiebureau Overijssel
Mensen die gediscrimineerd worden tijdens het sporten of het vinden van een baan kunnen terecht bij een discriminatiebureau. Dit bureau bestaat al meer dan 25 jaar en zit verspreid over 24 gemeentes in Nederland. Marten Verheijen, klachtenonderzoeker Artikel 1 Overijssel, voert per jaar meer dan 200 gesprekken over discriminatie. Deze gesprekken zijn kosteloos.

bron foto: De Twentsche Courant Tubantia
Marten geeft wat voorbeelden en vertelt over allochtone mensen die moeilijk een baan kunnen vinden door hun afkomst. Of vrouwen die dezelfde baan hebben als een man en minder betaald krijgen terwijl ze precies dezelfde functie hebben en diploma’s. Er komen allerlei klachten binnen waar hij gesprekken over voert en ook komen er klachten over de Sport Wereld binnen. Volgens Marten vooral over de voetbalwereld. “Dit is wel een vak apart. De voetbalwereld is een harde wereld” zegt hij. Als het bureau een klacht binnen krijgt gaan ze meestal eerst in gesprek met degene die de klacht heeft gemeld. Dit doe je ook om een vertrouwensband op te bouwen. Laats kreeg het bureau een klacht binnen van een groepje meiden die graag nog bij de jongens wou blijven voetballen, maar weg moest uit het team, omdat het niet meer gemengd mocht zijn. Het discriminatiebureau gaat dan in gesprek met deze meiden en gaat daarna naar de club toe om hierover te praten. Marten Verheijen heeft zelf een Juridische achtergrond dus weet wat er in de wet staat en wat wel en niet mag. Marten spreekt de club hierop aan en gaat kijken wat er gedaan kan worden voor deze meiden. Als het bureau een klacht binnen krijgt van bijvoorbeeld een jongen die elke wedstrijd wordt uitgescholden door dezelfde groep jongens, is het wel van belang dat er bewijsmateriaal is. Het discriminatiebureau kan niet zomaar mensen aan gaan spreken als er geen geluidsopnames zijn. We raden mensen ook altijd aan om dit te maken zegt Marten. Het komt vaak voor dat mensen gewoon langs komen om even te praten over een bepaalde situatie en dat Marten een luisterend oor is.


‘Als er sprake is van discriminatie tijdens een voetbalwedstrijd en de coach weet niet hoe hij hier mee om moet gaan, kunnen ze ons ook inschakelen voor voorlichtingsavonden’ zegt Marten. ‘Wij vertellen dan wat de juiste manier is van handelen’. Discriminatiebureau Overijssel geeft ook voorlichtingen op scholen om te praten over discriminatie met leerlingen. Hierdoor zien sommige kinderen in dat het kan helpen om langs te komen bij een bureau en samen te kijken naar een oplossing.
Marten vertelt over een Turkse voetbalclub in Deventer die met de vraag kwam of het discriminatie bureau ze wilde helpen met het versterken van het zelfvertrouwen van de voetballers ten aanzien van discriminatie binnen de voetbal. “Ze kwamen met een hele andere intentie dan verwacht” zegt Marten. “Ze wilden het probleem niet per se aanpakken of oplossen maar men wilde tips krijgen over hoe ze als voetbalclub om moeten gaan met discriminatie op het veld. Hoe spelers steviger in hun schoenen kunnen staan. Wij hebben ze hierbij geholpen en dat heeft goed uitgepakt”.
Marten merkt op dat de meldingsbereidheid nog steeds laag is. Volgens Marten willen mensen die gediscrimineerd worden zichzelf niet als slachtoffer zien. Ze vinden zichzelf dan zwak als ze naar een discriminatiebureau toe komen voor een gesprek en proberen het zelf maar op te lossen. Door voorlichtingen op scholen en mensen op straat aan te spreken hoopt het discriminatiebureau de drempel wat lager te maken.
Voor Bryan en Mika is het belangrijk dat discriminatie zichtbaar wordt in de voetbalwereld. Dat hun klacht gehoord en gezien wordt en dat wensen kenbaar gemaakt kunnen worden. Het spreken over dit onderwerp in een ‘harde wereld’ blijft lastig. Het discriminatiebureau kan hier een belangrijke en positieve rol in spelen.
